• Exporteer naar PDF

Dit is een oude revisie van het document!


A PCRE internal error occured. This might be caused by a faulty plugin

======Hoe de Bijbel is ingedeeld====== =====1. Inleiding===== De Bijbel, het heilige boek van de christenen, bestaat uit twee gedeelten: * Het Oude Testament. * Het Nieuwe Testament. Het Oude Testament is het oudste gedeelte en het Nieuwe Testament is het jongste gedeelte. Het Oude Testament, dat driekwart van de Bijbel beslaat, hebben de christenen gemeenschappelijk met de joden. Het Nieuwe Testament, het overige kwart, wordt alleen door de christenen als onderdeel van de Bijbel geaccepteerd. Het woord “testament” komt van het Latijnse woord //testamentum//, wat ‘wilsbeschikking’ betekent. Dat woord gebruikte [[http://vroegekerk.nl/content.php?id=2|kerkvader]] [[http://nl.wikipedia.org/wiki/Hi%C3%ABronymus_van_Stridon|Hiëronymus]] in zijn [[http://nl.wikipedia.org/wiki/Vulgaat|Vulgaat]] als vertaling voor het Griekse woord //diatheke//, dat ‘regeling, verdrag’ betekent.((Meer informatie vind je in het [[http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/testament|Etymologisch Woordenboek van het Nederlands]] van M. Philippa en anderen.)) Het Griekse woord //diatheke// is op haar beurt een vertaling van het Hebreeuwse woord //bərīth//, ‘verbond’. Het gaat hier om een verbond dat God sluit met de mensen. De Bijbel is het boek van dat verbond. Het “Oude” Testament is dan het oude verbond en het “Nieuwe” Testament het nieuwe verbond. Volgens een oude christelijke visie is het oude verbond het verbond dat God sloot met de joden en het nieuwe verbond het verbond dat God sluit met degenen die in [[wieisjezus|Jezus]] geloven. Met de komst van Jezus heeft God het oude verbond met de joden vervangen door een verbond met de christenen. Deze visie wordt wel de “vervangingsleer” genoemd. Het (joodse) Oude Testament is dan hooguit een gebrekkige voorbereiding op het (christelijke) Nieuwe Testament. Die visie klopt echter niet met de Bijbelse gegevens: * Al in //Exodus//, het tweede boek van het Oude Testament, sluit God een nieuw verbond met de joden.((Zie [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=2&cs-bijbelhoofdstuk-2=34&cs-versnummer-3=1-10&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|Exodus 34:1-10]].)) * Volgens //Jeremia//, één van de Oudtestamentische profeten, gaat het hier om een verbond waarin God zijn “Wet” in het hart van de joden schrijft.((Zie [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=13&cs-bijbelhoofdstuk-2=31&cs-versnummer-3=31-34&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|Jeremia 31:31-34]].)) * Volgens //Lucas//, één van de Nieuwtestamentische schrijvers, viert Jezus dit nieuwe verbond tijdens het paasmaal met zijn joodse leerlingen.((Zie [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=42&cs-bijbelhoofdstuk-2=22&cs-versnummer-3=10-20&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|Lucas 22:10-20]].)) In elk van deze Bijbelteksten is het nieuwe verbond een overeenkomst die God sluit met de joden. In //Handelingen//, een ander boek van //Lucas//, maakt God aan een belangrijke joodse volgeling van Jezus duidelijk dat Hij daar nu ook niet-joden voor uitnodigt.((Zie [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=44&cs-bijbelhoofdstuk-2=10&cs-versnummer-3=&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|Handelingen 10]].)) //Lucas// en de andere schrijvers van het Nieuwe Testament brengen geen nieuwe boodschap. Alles wat zij schrijven, ontlenen zij aan het (joodse) Oude Testament. Dat Boek beschouwen ze, net als Jezus zélf, als hun “Heilige Schrift”. Pas veel later zijn hun eígen (Nieuwtestamentische) geschriften daar door de christenen aan toegevoegd. Geschriften die je kunt zien als een (joods) commentaar op het (joodse) Oude Testament. Om misverstanden te voorkomen, noem ik het Oude Testament op mijn website de “Hebreeuwse Bijbel”. Bij gebrek aan een beter woord blijf ik de term Nieuwe Testament wel gebruiken. =====2. Uit welke boeken bestaat de Hebreeuwse Bijbel?===== ====2.1 Drie gedeelten==== Volgens de [[weinrebendejoodseoverlevering|joodse traditie]] bestaat de Hebreeuwse Bijbel((Hebreeuws is de taal van deze Bijbel. Eén woord uit het boek //Genesis//, één vers uit het boek //Jeremia// en delen van de late Bijbelboeken //Daniel// en //Ezra// zijn echter in een zustertaal van het Hebreeuws geschreven, namelijk [[http://nl.wikipedia.org/wiki/Aramees|Aramees]].)) uit drie gedeelten: - De //Thorah//. - De //Profeten// (in het Hebreeuws de //Nevi’īm//). - De //Geschriften// (in het Hebreeuws de //Kethoevīm//). De //Thorah// is de kern van de Hebreeuwse Bijbel, de //Profeten// vormen de laag daar omheen en de //Geschriften// vormen de buitenste laag: {{ hebreeuwse_bijbel_2.png?475 }} Die Hebreeuwse Bijbel is in de eerste plaats een boek van de joden. In het Nieuwe Testament nodigt God echter ook niet-joden uit om in dat boek te geloven. Sindsdien is het een boek van ons allemaal geworden. ====2.2. De Thorah==== De //Thorah// bevat al de hele Bijbelse boodschap. De //Thorah// bestaat uit vijf boeken. Wij kennen die boeken naar hun Griekse namen. De joden zelf gebruiken daarvoor Hebreeuwse namen: {{ vijfboeken_2.png?470 }} Als je die boeken in een Nederlandse vertaling leest, lijken ze over gebeurtenissen te gaan die na elkaar in een ver verleden plaats hebben gevonden. Volgens de traditionele joodse Bijbeluitleg is de //Thorah// echter een tijdloos boek, een boek waarvan alle onderdelen altijd en overal gelden. Je kunt zelfs niet zeggen dat het ene zich eerder afgespeeld heeft dan het andere. Er is ‘//geen vroeger of later in de Thorah//’.((Zie Weinreb, F (1993) //Het mensbeeld in de Kabbala//, p. 34.)) In de //Thorah// wordt verteld wat de dingen ten diepste zijn. In de //Thorah// wordt verteld over ons “diepste zelf”, ons eigenlijke “ik”. In [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=1&cs-bijbelhoofdstuk-2=1&cs-versnummer-3=26-26&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|Genesis 1:26]] wordt dat diepste zelf het “beeld van God” genoemd, datgene in ons waarin God Zichzelf weerspiegelt. In de verhalen van de //Thorah// wordt dat diepste zelf vooral het “volk Israël” genoemd.((Zie [[dehebreeuwsebijbel#8.2. Het joodse in ons|Het joodse in ons]].)) In de eerste plaats gaat het hier natuurlijk om het diepste zelf van de joden. Maar, sinds God ons, niet-joden, erbij geroepen heeft, kunnen we het ook ons eigen diepste zelf noemen. Dat diepste zelf komt voort uit God en gaat weer naar Hem terug. Daar, bij God, was het nog met alles verbonden. Daar kende het een geluk dat wij ons hier nauwelijks voor kunnen stellen. Een geluk dat het eens weer ten deel zal vallen. In de tussentijd is ons diepste zelf echter in deze wereld. Een wereld waarin tegenover elk iets een tegen-iets staat. In deze wereld is alles gespleten. Daar voelt het zich nooit helemaal thuis. De //Thorah// beschrijft deze tussentijd. Een tijdspanne die nooit op lijkt te houden. Het bijzondere is echter dat het diepste zelf ook in deze tussentijd ieder ogenblik weer naar God kan terugkeren. En niet alleen dát, maar ook alles wat we in de gewone wereld zijn, onze psyche en ons lichaam dus. De //Thorah// noemt die terugkeer de gang door de [[dewoningvangod|woning van God]]. Deze gang en alles wat daarbij komt kijken, wordt vooral in het middelste gedeelte van de //Thorah// beschreven. De //Thorah// begint met de paradijselijke toestand dat we als beeld nog bij ons origineel, bij God, zijn. Daarna volgt onze verwijdering van God en onze komst in dat wat wij de gewone wereld noemen, een wereld die de //Thorah// de “woestijn” noemt. Aan het einde van de //Thorah// is ook onze woestijnreis ten einde. Dan rest ons alleen nog maar de Jordaan over te steken, dood te gaan.((Voor veel christenen is deze Bijbelse rivier een beeld van de dood. In zijn boek [[http://nl.wikipedia.org/wiki/Eens_Christens_reize_naar_de_Eeuwigheid|Een christenreis naar de eeuwigheid]] noemt [[http://nl.wikipedia.org/wiki/John_Bunyan|John Bunyan]] deze rivier de “doodsjordaan”.)) Dan zijn we weer bij God terug. In mijn document [[dethorah|de Thorah]] en de bijbehorende deeldocumenten ga ik uitgebreid op dit alles in. ====2.3. De Profeten==== Rondom de //Thorah// staan de //Profeten//. De //Profeten// schrijven hun boeken in een situatie waarin we het gevaar lopen ons contact met God kwijt te raken. Ze wijzen ons op de //Thorah// en proberen ons weer met God te verbinden. De //Profeten// bestaan uit 8 boeken: {{ profeten.png?520 }} ====2.4. De Vroege Profeten==== De eerste vier boeken worden de //Vroege Profeten// genoemd. Wij bevinden ons dan in het “beloofde land”. Dit beloofde land is een toestand die zich in onszelf afspeelt. Een toestand waarin we in contact kunnen komen met God. In dit beloofde land voelen we ons thuis, zijn we gelukkig. We moeten dit land dan echter eerst veroveren. Normaal gesproken is het namelijk bezet door de krachten die ons het geluk misgunnen. De strijd tegen deze krachten wordt geleid door //Jozua//, de leerling van Mozes. Ze wordt beschreven in het boek dat naar hem genoemd is. Na dit boek //Jozua// volgt het boek //Richteren//. Dit boek begint met de mededeling dat onze verovering van het land niet voltooid is, dat er nog steeds resten van de krachten die ons het geluk misgunnen in het “land” wonen. Steeds als wij die krachten in ons toelaten, doen ze ons geluk te niet. Dan roepen we tot God en grijpt bij ons in. //Richteren// spreekt dan over “richters’’ ofwel rechters. Het gaat hier om iets in ons dat de dingen weer rechtzet. De krachten komen echter telkens weer terug. Tot we, aan het einde van het boek //Richteren// weer terug bij af zijn. De krachten zijn dan volledig de baas in ons. In het boek //Samuël//((In de christelijke Bijbel is het boek //Samuël// gesplitst in de boeken 1 Samuël en 2 Samuël.)) klinkt dan onze roep om een koning, om iets in ons dat het heft in handen kan nemen, dat de chaos waarin we verkeren een halt toe kan roepen. In dit boek geeft God ons twee koningen: De eerste koning heet Saul. Saul moet van God strijden tegen Amalek.((Zie [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=2&cs-bijbelhoofdstuk-2=17&cs-versnummer-3=8-16&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|Exodus 17:8-16]].)) Amalek is datgene in ons dat ons vertrouwen in God kapot wil maken. Saul krijgt echter medelijden met Agag, de koning van Amalek, en laat hem in leven.((Zie [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=8&cs-bijbelhoofdstuk-2=15&cs-versnummer-3=&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|1 Samuel 15]].)) Omdat hij ons daardoor in grote problemen brengt, vervangt God hem door David. David is Hebreeuws voor “geliefde”. David weet dat God van hem houdt. En omdat hij dat weet kan hij de chaos in onszelf een halt toeroepen. In mijn document [[lodebar|Lodebar]] vind je meer over Saul en David. In de eerste hoofdstukken van //Koningen//((In de christelijke Bijbel is het boek //Koningen// gesplitst in de boeken 1 Koningen en 2 Koningen.)) regeert Davids zoon Salomo over het “land”. De regering van Salomo is het hoogtepunt van de tijd van de koningen. Onder zijn leiding voelen we ons volmaakt gelukkig. Dat blijkt al uit Salomo’s naam. Die komt van het Hebreeuwse //sjalōm//, wat ‘vrede, welzijn’ betekent. In Salomo’s tijd liggen alle ondermijnende krachten aan de ketting. Salomo is ook de bouwer van de tempel, de vaste woning van God in de stad Jeruzalem. Via die tempel kunnen we altijd in contact met God komen. In Salomo’s nadagen beginnen echter de problemen. Als gevolg daarvan vind na zijn dood een splitsing plaats in het Israëlische rijk. Voortaan is er een “zuidelijk rijk” waarin we nog naar de tempel kunnen gaan en een “noordelijk rijk” waarin die tempelgang vervangen is door een gang naar twee beelden die wijzelf van God gemaakt hebben. Het gaat hier om een splitsing die in onszelf plaatsvindt. De splitsing tussen een gebied waarvan wij ons van niets bewust zijn en een plek waar wij ons van alles bewust zijn. Het gebied van het onbewuste is het “zuiden” en het gebied van het bewuste is het “noorden”. In de Bijbel heeft alles een betekenis, dus ook de windrichtingen. Leven in het “zuiden” betekent dat wij diep van binnen weet hebben van God en Zijn wereld, maar ons daar niet bewust van zijn. En leven in het “noorden” betekent dat we denken dat we alles weten, maar juist van God en Zijn wereld geen flauw benul hebben. In het boek //Koningen// wordt het zuidelijke rijk geleid door de stam “Juda” en het noordelijke rijk door de stam “Efraïm”. In de eerste hoofdstukken van //Numeri//, het vierde boek van de //Thorah//, krijgen Juda, Efraïm en de andere Israëlische stammen een windrichting toebedeeld. Juda staat daar in het oosten en Efraïm in het westen. In het oosten gaat de zon op. Dat is het gebied van de blijdschap. In het westen gaat de zon onder. Dat is de kant van de droefheid. Bij Juda overheerst daarom de hoop dat alles goed komt en bij Efraïm het gevoel dat alles mis zal gaan.((Meer over de Bijbelse symboliek van de windrichting vind je in [[hethebreeuws#3.3. Bijbelse windrichtingen|Bijbelse windrichtingen]], [[hethebreeuws#3.4. Elke klinker heeft een windrichting|Elke klinker heeft een windrichting]] en [[lodebar#7. Twee Messiassen|Twee Messiassen]].)) {{ richtingen_3.png?530 }} Het noordelijke rijk, het rijk dat geleid wordt door Efraïm, gaat het eerst voor de bijl. Het wordt aangevallen door //Assur//. //Assur// betekent ‘geluk’. Het gaat hier niet om het geluk waar ik eerder over schreef. Dát geluk had te maken met de aanwezigheid van God. //Assurs// geluk is daar juist een placebo voor. //Assurs// geluk haalt ons weg uit het “beloofde land”, uit de situatie waarin contact met God mogelijk is. Ons bewustzijn raakt dan God kwijt. Het zuidelijke rijk, ons onbewuste, blijft dankzij de Bijbelse koning Hizkia nog een tijd gespaard. Na //Hizkia’s// dood gaat het echter ook in dat rijk bergafwaarts. De latere koning Josia probeert het tij nog te keren, maar dat mislukt. Het wordt aangevallen door //Babel//. //Babel// is verwant met //Balàl//, wat ‘verwarren’ betekent. Die “verwarring” haalt ons weg uit het “beloofde land”, uit de situatie waarin contact met God mogelijk is. Ons onbewuste raakt dan ook God kwijt. Zowel onze psyche als ons diepste zelf bevinden zich nu in een vreemde, vijandige omgeving. De Bijbel noemt dat “ballingschap”. ====2.5. De Late Profeten==== De volgende vier boeken worden de //Late Profeten// genoemd. Zij waarschuwen ons voor de naderende ballingschap en begeleiden ons als die ballingschap zich begint te voltrekken. De eerste drie boeken zijn de //Grote Profeten//, ofwel //Jesaja//, //Jeremia// en //Ezechiël//. Volgens [[weinrebenwaarheid|Friedrich Weinreb]] staat //Jesaja// aan de kant van //Juda//, de kant van de blijdschap. In //Jesaja’s// tijd wordt het noordelijke rijk door //Assur// in ballingschap gevoerd, maar blijft het zuidelijke rijk in het “beloofde land”. Jesaja verwacht de komst van een nieuw vrederijk, een rijk dat geleid zal worden door een nieuwe “Salomo”, namelijk de //Messias//. //Jeremia// staat echter aan de kant van //Efraïm//, de kant van de droefheid. In //Jeremia’s// tijd wordt het zuidelijke rijk door //Babel// in ballingschap gevoerd. Jeremia lijdt daar sterk onder. //Ezechiël// komt van Levi. Volgens de //Thorah// brengen de Levieten ons naar de woning van God. //Ezechiël// hoort bij de eerste ballingen in //Babel//. In zijn boek spreekt hij over het herstel van het ongedeelde Israëlische rijk en over een nieuwe woning van God. Ons onbewuste en ons bewuste zijn dan weer één. Gezamenlijk kunnen ze weer in contact komen met God.((Zie voor dit alles Weinreb, F, //Profetieën en de Tempel//, p. 1, 2, 9-16.)) {{ profeten_grote.png?435 }} Het vierde boek van de //Late Profeten// is een bundel van twaalf boekjes. Ze heten de //Kleine Profeten//: {{ profeten_kleine.png?385 }} De //Grote Profeten// spreken meer over de kern en de //Kleine Profeten// meer over de buitenkant. De //Grote Profeten// treden alleen in het zuidelijke rijk op en de //Kleine Profeten// ook in het noordelijke rijk. De drie laatste //Kleine Profeten// treden op als een deel van het zuidelijke rijk, van ons onbewuste, weer terugkeert naar het “beloofde land” en een nieuwe tempel, een nieuwe woning van God, bouwt. ====2.6. De Geschriften==== Rondom de //Profeten// staan de //Geschriften//. De //Geschriften// zijn geschreven in de toestand van de “ballingschap”, de toestand waarin wij alleen maar uit kunnen gaan van wat er in onze psyche omgaat. Met die psyche kunnen we God en Zijn wereld niet kennen. We kunnen er alleen in geloven. De //Geschriften// zijn geschreven door wijze mensen die dat geloof in ons proberen te versterken. De //Geschriften// bestaan uit elf boeken: {{ geschriften.png?590 }} De eerste drie boeken zijn //Psalmen//, //Spreuken// en //Job//. Samen heten zij de “boeken van de waarheid”. Het Hebreeuwse woord voor “waarheid” is //èmèth//. De eerste letter van dat woord is een [[1_alef|alèf]], de tweede een [[40_mem|mēm]] en de derde een [[400_thaw|thaw]]. De //alèf// is de eerste letter van //Ijov//, de Hebreeuwse naam van het boek //Job//. De //mēm// is de eerste letter van //Mislei//, de Hebreeuwse naam van het boek //Spreuken//. En de //thaw// is de eerste letter van //Thəhilīm//, de Hebreeuwse naam van het boek //Psalmen//. //Job// gaat over de vraag waarom we in ons leven zoveel ellende meemaken. In dat boek loopt die vraag zo hoog op, dat alleen Gods eigen antwoord ons nog maar tevreden kan stellen.((Zie Weinreb, F (1970) //Mozes, Pesach, Ruth & Job//, p. 41-46.)) //Spreuken// laat ons zien hoe ons leven volgens de //Thorah// er in de praktijk van alledag uitziet. In de //Psalmen// zingen we over alles wat we in dit leven meemaken. Al zingend brengen wij die dingen bij God. Deze liederen vormen de kern van de joodse synagogedienst en de christelijke kerkdienst. Samen laten die boeken zien wat een leven volgens de “waarheid” in de tijd van de “ballingschap” inhoudt. De volgende vijf boeken worden de “vijf feestrollen” genoemd. Zij horen elk bij een Bijbels feest dat ons in contact brengt met God. //Hooglied// hoort bij [[http://www.kerkenisrael.nl/jodendom/pesach.php|Pèsach]], het feest dat christenen “Pasen” noemen. //Ruth// hoort bij [[http://www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel/voi46-3b.php|Sjavoe’oth]], het feest dat christenen “Pinksteren” noemen. //Klaagliederen// hoort bij [[http://www.kerkenisrael.nl/vrede-over-israel/voi54-4c.php|Tisj’ah bə-av]], de herdenkingsdag van de verwoesting van de tempel. //Prediker// hoort bij [[http://www.kerkenisrael.nl/jodendom/soekot.php|Soekōth]], het Loofhuttenfeest. En //Ester// hoort bij [[http://www.kerkenisrael.nl/jodendom/poeriem.php|Poerim]]. De schrijvers van de “feestrollen” laten ons zien wat die feesten met ons leven te maken hebben. Het negende boek heet //Daniël//. Dat gaat over de “eindtijd”, de tijd waarin alles naar zijn einde loopt, de tijd waarin de dingen zo uitzichtloos zijn dat alleen God zelf er nog maar iets aan kan doen. De laatste twee boeken horen bij elkaar. Dat zijn de boeken //Ezra//((In de christelijke Bijbel is het boek //Ezra// gesplitst in de boeken Ezra en Nehemia.)) en //Kronieken//.((In de christelijke Bijbel is het boek //Kronieken// gesplitst in de boeken 1 Kronieken en 2 Kronieken.)) //Ezra// gaat over de terugkeer van een deel van de ballingen naar het “beloofde land” en over de bouw van een nieuwe tempel in Jeruzalem. Van de glans van het oude rijk is echter weinig over. //Ezra// gaat over hoe je in je eigen kleine leven in contact kunt blijven met God. //Kronieken// is de voorgeschiedenis van //Ezra//. //Kronieken// begint met //Adam//, de eerste mens van de Bijbel. In de Hebreeuwse tekst is de eerste letter van het woord //Adam// groter geschreven, om het belang ervan te onderstrepen. Deze letter is een [[1_alèf|alèf]]. De getalswaarde van de //alèf// is 1. De 1 staat voor de éénheid, voor de wereld van God. //Kronieken// begint dus met een mens die verbonden is met de wereld van God. Het boek eindigt met het woord //ja’àl//, wat ‘hij is bezig met opstijgen’ betekent. “Opstijgen” is het Bijbelse woord voor de gang naar de woning van God. Aan het einde van //Kronieken// is er dus weer een terugkeer van de mens naar God, net als in de //Thorah//. Hiermee eindigt ook de Hebreeuwse Bijbel. ====2.7. De samenstellers==== Op het eerste gezicht lijkt de Hebreeuwse Bijbel op een verzameling van de meest uiteenlopende boeken. Als je er dieper in graaft, merk je dat het een éénheid is, een netwerk waarin alles naar alles verwijst. Er is namelijk maar één echte Bijbelauteur, God Zélf. Daarom wordt de Hebreeuwse Bijbel ook wel het “Woord van God” genoemd. De samenstellers van dat Woord zijn echter mensen. In het traktaat [[http://cojs.org/cojswiki/index.php/Babylonian_Talmud_Bava_Batra_14b-15a:_The_Order_of_Scripture|Bava Batra 14b-15a]] van de [[weinrebendejoodseoverlevering#2.3. De Talmoed|Talmoed]] worden de volgende namen genoemd: {{ hebreeuwse_bijbel_samenstellers.png?635 }} Met deze mededelingen wil de Talmoed ons iets duidelijk maken over de Bijbelboeken en de verbanden daartussen. De //Thorah//, de kern van de Hebreeuwse Bijbel, is volgens de Talmoed samengesteld door //Mozes//. Om die kern op te kunnen schrijven, heeft God hem heel diep geïnspireerd.((Zie [[dethorah#2. De schrijver van de Thorah|De schrijver van de Thorah]].)) Op een minder diep niveau heeft //Mozes// het boek //Job// samengesteld. Volgens de joodse traditie was //Job// één van de drie wijzen die de Farao raad gaven over wat hij met het kind //Mozes// moest doen. Als hij het in leven zou laten, zou de wereld ten onder gaan, maar als hij het zou doden, zou er geen verlossing mogelijk zijn. Jitro((Jitro, beter bekend als Jetro is de Bijbelse schoonvader van Mozes. Zie [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=2&cs-bijbelhoofdstuk-2=3&cs-versnummer-3=1-1&cs-bijbelvers_v2-4=&search=Zoeken|Exodus 3:1]].)) koos voor de eerste optie, Bileam,((In het boek //Numeri// wordt Bileam door een Moabitische koning ingehuurd om het volk Israël te vervloeken. Zie [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=4&cs-bijbelhoofdstuk-2=22&cs-versnummer-3=&cs-bijbelvers_v2-4=&search=Zoeken|Numeri 22]], [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=4&cs-bijbelhoofdstuk-2=23&cs-versnummer-3=&cs-bijbelvers_v2-4=&search=Zoeken|23]] en [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=4&cs-bijbelhoofdstuk-2=24&cs-versnummer-3=&cs-bijbelvers_v2-4=&search=Zoeken|24]])) koos voor de tweede optie, maar //Job// bleef twijfelen. Het boek //Job// gaat over die twijfels.((Zie Weinreb, F (1970) //Mozes, Pesach Ruth & Job//, Het boek Job, p. 47, 48.)) De volgende samensteller is //Jozua//, de leerling van //Mozes//. Volgens de Talmoedpassage schreef hij de verzen in de //Thorah// die over de dood van //Mozes// gaan.((Zie [[dethorah#2.1. De schrijver en zijn rol|De schrijver en zijn rol]].)) Daarnaast stelde hij het boek //Jozua// samen, het boek over de verovering van het “beloofde land”. De derde samensteller is //Samuël//. In de Bijbel is hij degene die de eerste twee koningen van Israël heeft aangesteld: * Saul, de koning uit Benjamin, een stam aan de westkant. * David, de koning uit Juda, een stam aan de oostkant. Volgens de Bijbelse symboliek is het westen de kant van de droefheid en het oosten de kant van de blijdschap. Sauls leven is getekend door die droefheid en Davids leven is getekend door die blijdschap. Saul is jaloers op de successen van David. Hij probeert hem te doden, zodat hij geen koning in zijn plaats kan worden.((Zie paragraaf [[hoeisdebijbelingedeeld#2.4. De Vroege Profeten|2.4]].)) Het leven van Saul en David is beschreven in het boek dat wij kennen als //1 en 2 Samuël//. Volgens de Talmoedpassage is //Samuël// de samensteller van dit boek.((In 1 Samuël 25:1 wordt echter al gesproken over Samuëls dood. Volgens de Talmoedische commentaren hebben de profeten Gad en Natan zijn boek voltooid.)) Ook het boek //Richteren// is van //Samuël//. //Richteren// gaat over de tijd dat er nog geen koning was. Behalve deze profetische boeken stelde //Samuël// ook de feestrol //Ruth// samen. De hoofdpersoon van de feestrol is een Moabitisch weduwe die //Ruth// heet. Zij is Davids overgrootmoeder. //Ruth// gaat dus over het voorgeslacht van David. Aan //David// zélf wordt het boek van de //Psalmen// toegeschreven. David was een musicus. In [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=8&cs-bijbelhoofdstuk-2=16&cs-versnummer-3=14-23&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|1 Samuel 16:14-23]] staat dat hij op een harp speelde om de boze geest die Saul plaagde weg te jagen. Volgens de joodse traditie hing David zijn harp voor hij ging slapen bij het open venster. ’s Nachts speelde de wind met de snaren. Als David wakker werd, herinnerde hij zich de melodie die de wind gemaakt had en schreef de daarbij behorende //Psalm// op.((Zie ook [[lodebar#5.2. De geliefde|De geliefde]].)) Er zijn ook //Psalmen// die niet van //David// zijn. Die zijn van één van de 10 “oudsten”, namelijk //Adam//, //Melchizedek//, //Abraham//, //Mozes// en de musici //Heman//, //Jedoetoen//, //Asaf// en de drie zonen van //Korach//. //Davids// zoon is //Salomo//. //Salomo// is de grootste koning van Israël. Pas veel later kwam er nog zo’n koning, namelijk //Hizkia//. Volgens de joodse traditie was deze //Hizkia// zelfs een kandidaat om de //Messias// te worden. //Hizkia// stelde de drie boeken samen die aan //Salomo// worden toegeschreven, namelijk //Spreuken//, //Prediker// en //Hooglied//. Volgens de 2e eeuwse kerkvader [[http://vroegekerk.nl/content.php?id=7|Origenes]] geeft deze wijze koning ons hier in drie fasen onderricht:((Zie Rutten, Matthijs (1991) //Om mijn oorsprong vechtend. Origenes ofwel het optimisme van een mysticus//, p. 145.)) De eerste fase van //Salomo’s// onderricht is het boek //Spreuken//. Het hoofddeel van dit boek, hoofdstuk 10:1 t/m 22:16, bestaat uit 375 spreuken.((Snijders, Dr. L.A. (1984) //Spreuken. Een praktische bijbelverklaring//, p. 73.)) Dit is de getalswaarde van het Hebreeuwse woord voor //Salomo//.((Het woord //Salomo// bestaat uit de letters [[300_sjin|sjīn]], [[30_lamed|lamèd]], [[40_mem|mēm]] en [[5_he|hē]]. In getallen is dat 300 + 30 + 40 + 5 = 375.)) //Salomo// betekent ‘vrede’. //Salomo// leert ons hier dus hoe wij in vrede met onszelf en onze omgeving kunnen leven. De tweede fase van //Salomo’s// onderricht is het boek //Prediker//. Volgens de joodse traditie schreef //Salomo// dit boek nadat hij zijn koningschap kwijtraakte. Een boze geest die bij //Salomo’s// troon aan de ketting lag, had hem gesmeekt of hij //Salomo’s// koningsring eventjes vast mocht houden. //Salomo// had medelijden met hem gekregen en hem de ring overhandigd. Zodra de geest de ring in handen had, wierp hij hem in het water en ging in de gedaante van //Salomo// op de troon zitten. //Salomo// zelf werd door niemand meer als koning herkend. Zijn koningschap was verleden tijd.((Zie Weinreb, F (1979) //Prediker//, p. 13-16.)) In de Bijbeltekst staat daarom dat //Salomo// koning wás.((Zie [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=33&cs-bijbelhoofdstuk-2=1&cs-versnummer-3=12-12&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|Prediker 1:12]].)) In die toestand schrijft //Salomo// het boek //Prediker//. Alles wat hij denkt en doet is nu zinloos. ‘//IJler, dan ijl//’, schrijft hij in zijn boek, ‘//alles is ijlheid//’.((Zie [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=33&cs-bijbelhoofdstuk-2=1&cs-versnummer-3=2-2&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|Prediker 1:2]].)) In //Prediker// leert //Salomo// ons wat er gebeurt als we het koningschap over ons leven kwijtraken. De derde fase van //Salomo’s// onderricht is het boek //Hooglied//. In dit boek beschrijft //Salomo// de liefde tussen hemzelf en zijn geliefde //Sjoelàmīth//. Het woord //Sjoelàmīth// komt net als het woord //Salomo// van de stam //sjalōm//, wat ‘vrede’ betekent. Met zijn geliefde heeft //Salomo// ook zichzelf gevonden. In //Hooglied// openbaart //Salomo// ons het allerhoogste. Zowel de joden als de christenen beschouwen dit boek als iets uitzonderlijks. Volgens hen gaat het hier over de Goddelijke liefde. Elk van deze drie boeken wijzen boven //Salomo// uit naar de Messias. Ook //Jesaja//, het andere boek dat //Hizkia// samenstelde, gaat over de Messias. Heel bekend zijn de passages over de lijdende dienaar van God. De indrukwekkendste is wel [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=12&cs-bijbelhoofdstuk-2=53&cs-versnummer-3=&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|Jesaja 53]]. Bij de profeet //Jeremia// is er van een Messiasverwachting weinig over. De enige goede koning in zijn tijd was koning Josia, maar die kon het tij niet meer keren. Volgens de Talmoedpassage stelde //Jeremia// twee boeken samen: * Zijn eigen boek //Jeremia//. * Het boek //Koningen//, dat wij kennen als //1 en 2 Koningen//. Beide boeken eindigen met de ondergang van het zuidelijke rijk. In //Klaagliederen// betreurt //Jeremia// de verwoesting van de tempel. //Ezechiël// en het //Boek van de 12 kleine profeten// zijn samengesteld door de //Mannen van de Grote Vergadering//. Dat is een instantie van wetgeleerden die //Ezra// heeft opgericht. Behalve //Ezra// en //Nehemia// horen daar ook de hogepriester uit die tijd en de laatste drie kleine profeten bij. Deze mannen stelden ook de feestrol //Ester// en het boek //Daniël// samen. Beide boeken spelen zich af in de diepste ballingschap. Zelfs de namen van de joodse hoofdpersonen worden daarin ontjoodst.((Zie [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=34&cs-bijbelhoofdstuk-2=2&cs-versnummer-3=5-7&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|Ester 2:5-7]] en [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=35&cs-bijbelhoofdstuk-2=1&cs-versnummer-3=6-7&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|Daniel 1:6,7]].)) In het boek //Ester// worden de joden met uitroeiing bedreigt door Haman, een nakomeling van Agag, de koning van Amalek.((Zie [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=34&cs-bijbelhoofdstuk-2=3&cs-versnummer-3=1-1&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|Ester 3:1]].)) In het boek //Daniël// worden de joden belaagd door steeds grimmigere wereldmachten. In beide boeken treedt God als redder op. //Ezra//, de oprichter van de Grote Vergadering, stelde met medelid //Nehemia// nog de boeken samen die wij kennen als //Ezra//, //Nehemia// en //1 en 2 Kronieken//. =====3. Uit welke boeken bestaat het Nieuwe Testament?===== ====3.1 Een woord van vlees en bloed==== Het Nieuwe Testament wordt alleen door christenen als een onderdeel van de Bijbel geaccepteerd. De orthodoxe joden wijzen het af. Toch zijn de schrijvers van het Nieuwe Testament op één na allemaal joden.((De uitzondering is //Lucas//, maar zelfs daar zijn de meningen tegenwoordig over verdeeld.)) De hoofdpersoon van het Nieuwe Testament is [[wieisjezus|Jezus]]. De schrijvers van het Nieuwe Testament geloven dat in hem alle lijnen van de Hebreeuwse Bijbel samenkomen. //Johannes//, één van hen, noemt Jezus [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=43&cs-bijbelhoofdstuk-2=1&cs-versnummer-3=14-14&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|het vlees en bloed geworden spreken]], het belichaamde Woord van God. Volgens Johannes kun je de Hebreeuwse Bijbel dus beschouwen als de “ziel” van Jezus en kun je Jezus beschouwen als het “lichaam” van de Hebreeuwse Bijbel. Het Nieuwe Testament, het boek over het leven en de betekenis van Jezus, kun je dan zien als een commentaar op de driedelige Hebreeuwse Bijbel. Schematisch ziet dat er als volgt uit: {{ bijbel_2.png?660 }} Dat commentaar, dat Nieuwe Testament, is voor iedereen bedoeld. Daarom is het niet in het Hebreeuws geschreven, maar in het Grieks, de omgangstaal van de toenmalige wereld. Het Grieks van het Nieuwe Testament is echter geen klassiek Grieks. Het is eerder Grieks van mensen die in het Hebreeuws denken.((Zie Willigenburg, Theo van; Dubink, Joep (2007) //Van aanschijn tot zaaizaad. In gesprek met de vertaler van de Naardense Bijbel//, p. 54, 55.)) Het Nieuwe Testament is geschreven door joden die het gedachtegoed van hun Hebreeuwse Bijbel uit willen leggen aan in het Grieks denkende mensen. ====3.2. Het Evangelie==== De kern van het Nieuwe Testament is het “Evangelie”. Het Griekse woord voor “evangelie” is //euangèlion//, wat ‘goede boodschap’ betekent. //Euangèlion// is verwant met //angelos//, wat ‘engel’ betekent. In de Bijbel is een engel iemand die een boodschap van God brengt. Het Evangelie is dus een goede boodschap van God aan de mensen. Het Hebreeuwse woord voor “goede boodschap” is //bəsorah//. //Bəsorah// is verwant aan //basar//, wat ‘vlees’ betekent. Het Evangelie is dus Gods goede boodschap in vlees en bloed. En dat is precies wat Jezus is. Hij is namelijk de belichaming van het Woord van God. Het Evangelie is dus Jezus zelf. Dat Evangelie is op vier manieren beschreven. Namelijk op de manier van //Matteüs//, //Marcus//, //Lucas// en //Johannes//. Volgens de christelijke traditie zijn //Matteüs// en //Johannes// apostelen en //Marcus// en //Lucas// leerlingen van apostelen.((Het woord “apostel” komt van het Griekse woord //apostolos//, wat ‘gezant’ betekent. Een apostel is een gezant van Jezus, iemand die Jezus heeft uitgezonden om zijn evangelie aan de mensen te verkondigen.)) De namen van de evangelisten zijn ook de namen van hun boeken, de evangeliën: {{ nt_evangelien.png?365 }} Als je de evangeliën voor het eerst doorleest, valt je waarschijnlijk op dat de eerste drie qua vorm en inhoud sterk op elkaar lijken. In de inleidende hoofdstukken verschillen ze van elkaar, maar daarna vertellen ze alle drie een verhaal in drie etappes: - Jezus’ rondreis door Galilea, het noordelijke gedeelte van het beloofde land, om mensen te genezen en te reinigen en hen te vertellen over het aanbrekende koningschap van God. - De tocht van Jezus en zijn leerlingen naar het zuidelijker gelegen Judea, naar Jeruzalem, de stad waar Gods woning staat, om [[http://www.kerkenisrael.nl/jodendom/pesach.php|Pèsàch]] te vieren, het feest dat christenen ”Pasen” noemen. - Jezus’ intocht in Jeruzalem, de Paasviering met zijn leerlingen, zijn direct daarop volgende gevangenneming, veroordeling en kruisiging en het gebeuren dat de Bijbel Jezus’ opstanding noemt. //Pèsàch//, Pasen, is bij dit alles het centrale gegeven: De //eerste// etappe is de fase waarin Jezus mensen die volgens de //Thorah// niet in Gods woning mogen komen, geschikt maakt om met hem die woning te kunnen bezoeken.((Meer hierover vind je in [[hoedewegnaardeeenheidbegint#8. Naar de woning van God|Naar de woning van God]].)) De //tweede// etappe is de fase waarin Jezus daadwerkelijk samen met hen naar Gods woning reist om daar het Paasfeest te vieren. De //derde// etappe is de fase van de Paasviering zelf, een viering die Jezus in verband brengt met de dingen die hem nog zullen overkomen. Pasen is de herdenking van de verlossing van de joden uit een onderdrukkende situatie, zoals die in het boek //Exodus// beschreven wordt.((Zie [[hetboek_exodus#3. Uittocht|Uittocht]].)) Jezus betrekt dit feest op zichzelf. Hij ervaart zijn leven, zijn dood en de toestand na zijn dood als een verlossend gebeuren. Het verhaal van Jezus is dus het verhaal van Pasen. Pasen staat ook centraal in het evangelie van //Johannes//, toch is de opbouw van dat evangelie heel anders dan die van de andere drie evangeliën: * In //Johannes// spreekt Jezus niet over het naderende koningschap van God, zoals de andere evangeliën, maar over zichzelf. * In //Johannes// zoek je vergeefs naar de verhalen over de genezingen waar de andere evangeliën vol van staan. Jezus doet daar slechts zeven wondertekens. * In //Johannes// gaat Jezus meerdere malen heen en weer tussen Galilea en Judea. In de andere evangeliën is er sprake van één reis. Met Pasen geeft Jezus, het vlees en bloed geworden Woord, zichzelf aan ons. Als wij daaraan deelnemen, worden wij verlost. In de traditionele kerken wordt dat verlossingsgebeuren elke zondag gevierd. De [[http://nl.wikipedia.org/wiki/Oosters-orthodoxe_Kerk|orthodoxen]] noemen deze viering [[http://nl.wikipedia.org/wiki/Byzantijnse_liturgie|de Goddelijke Liturgie]], de [[http://nl.wikipedia.org/wiki/Rooms-katholieke_Kerk|katholieken]] noemen het [[http://nl.wikipedia.org/wiki/Eucharistie|de Eucharistie]] en de [[http://nl.wikipedia.org/wiki/Protestantisme|protestanten]] noemen het [[http://nl.wikipedia.org/wiki/Avondmaal|het Avondmaal]]. ====3.3. Vier wezens==== In de christelijke kunst worden de evangelisten elk afgebeeld met een bijbehorend wezen. //Matteüs// wordt afgebeeld met een mens, //Marcus// met een leeuw, //Lucas// met een rund en //Johannes// met een adelaar. Deze afbeeldingen zijn ontleend aan //Ezechiëls// visioen van de troon van God. Deze troon wordt gedragen door wezens die eruit zien als mensen, leeuwen, runderen en adelaars.((Zie [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=14&cs-bijbelhoofdstuk-2=1&cs-versnummer-3=&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|Ezechiël 1]].)) Die wezens brengen God op de plaats waar Hij iets uit wil spreken. De evangeliën worden hier dus beschouwd als voertuigen voor het Woord van God. [[http://vroegekerk.nl/content.php?id=2|Kerkvader]] [[http://nl.wikipedia.org/wiki/Hi%C3%ABronymus_van_Stridon|Hiëronymus]] beschrijft de wezens uit //Ezechiëls// visioen als volgt: ‘//Ze houden elkaar vast en zijn met elkaar verstrengeld, ze draaien rond als het ene rad in het andere en gaan daarheen waar de adem van de Geest hen voert//’.((Bartelink, G.J.M. (2001) //Hieronymus als exegeet//, p. 212, 213.)) Net als de wezens zijn ook de evangeliën onlosmakelijk met elkaar verbonden. In het nieuwtestamentische boek //Openbaring// krijgt de apostel //Johannes// ook een visioen over Gods troon.(([[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=66&cs-bijbelhoofdstuk-2=4&cs-versnummer-3=1-8&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken&search=Zoeken&search=Zoeken|Openbaring 4:1-8]].)) Midden in die troon ziet hij een lam staan. Dat lam is het paaslam, dat //Johannes// identificeert met Jezus, de belichaming van het Woord van God.(([[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=66&cs-bijbelhoofdstuk-2=5&cs-versnummer-3=1-12&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|Openbaring 5:1-12]].)) Rondom die troon met dat lam staan vier wezens, die respectievelijk lijken op een mens, een leeuw, een rund en een adelaar. Zo staan ook de evangelisten rondom Gods vlees en bloed geworden Woord. Elk van de evangeliën vormt daar een kant van. Kerkvader [[http://vroegekerk.nl/content.php?id=8|Augustinus]] heeft een iets andere symboliek als zijn collega Hiëronymus. Volgens hem hoort de leeuw bij //Matteüs// en de mens bij //Marcus//.((Augustinus, Aurelius (2012) //Vier evangelisten, één evangelie//, p. 43, 44.)) Persoonlijk vind ik dat een betere indeling. ====3.4. Vier kanten==== [[weinrebenwaarheid|Friedrich Weinreb]] koppelt de vier wezens aan de windrichtingen uit de eerste hoofdstukken van het boek //Numeri//. De leeuw plaatst hij in het oosten, de mens in het zuiden, het rund in het westen en de adelaar in het noorden.((Zie Weinreb, F (1975) //Anthropologie II//, p. 122.)) Elk van deze windrichtingen heeft een eigen betekenis.((Zie paragraaf [[hoedebijbelisingedeeld#2.4. De Vroege Profeten|2.4]].)) Als je de gegevens van Augustinus en Weinreb combineert, ziet dat er als volgt uit: {{ kanten_evangelie.png?540 }} Elk van de evangeliën heeft nu dus een eigen plek met een eigen betekenis. Het evangelie van //Matteüs// staat in het oosten. Het oosten is in //Numeri// de kant van de stam Juda, de stam van de dynastie van David. Uit die dynastie zal uiteindelijk de Messias voortkomen. Op die komst is //Matteüs’// [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=40&cs-bijbelhoofdstuk-2=1&cs-versnummer-3=1-17&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|geslachtsregister van Jezus]] gericht. Dat register telt 3 x 14 namen. “14” is de getalswaarde van het Hebreeuwse woord voor David.((David bestaat uit de letters [[4_dalèth|dalèth]], [[6_waw|waw]] en [[4_dalèth|dalèth]]. De getalswaarden van deze letters zijn respectievelijk 4, 6 en 4 en dat is samen 14.)) En “3” is de getalswaarde van de Hebreeuwse letter [[3_gimmel|gimmel]], die staat voor de weg die afgelegd moet worden om een doel te bereiken. Het register eindigt met de 41e naam, Jezus. Daarna zegt //Matteüs// dat deze Jezus “de Christus” genoemd wordt.((Christus is de Griekse vertaling van het Hebreeuwse woord Messias.)) “De Christus” is de 42e naam. Daarmee is het doel van Davids geslachtslijn bereikt. Tegenover het evangelie van //Matteüs// staat in het westen het evangelie van //Lucas//. Het westen is in //Numeri// de kant van de stam Efraïm. Efraïm is één van de twee zonen van Jozef. In de Bijbel is Jozef degene die de verleiding weerstaat om het kwade te doen. De joodse traditie noemt hem daarom //Adam Qadmon//, de ‘oorspronkelijke mens’, de mens zoals God hem bedoeld heeft.((Zie [[hetboek_genesis#5.7. Jozef alleen|Jozef alleen]].)) In //Lucas’// [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=42&cs-bijbelhoofdstuk-2=3&cs-versnummer-3=21-38&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken&search=Zoeken|geslachtsregister van Jezus]] komt de naam “Jozef” driemaal voor. Het register gaat terug naar Adam, de eerste mens, die gezwicht is voor de verleiding om het kwade te doen.((Zie [[hetboek_genesis#3.3. Het tweede scheppingsverhaal|Het tweede scheppingsverhaal]].)) Het register gaat echter nog verder terug, namelijk naar God zelf. Daarmee schetst //Lucas// Jezus als de oorspronkelijke mens, de mens die terugkeert naar zijn eigenlijke Oorsprong. Jezus is hier dus de zoon van God, de mens zoals God hem bedoeld heeft. In het zuiden staat het evangelie van //Marcus//. In dat evangelie vind je geen geslachtsregister van Jezus. //Marcus// begint meteen met Jezus’ doop in de Jordaan en met God die Jezus Zijn “geliefde zoon” noemt((Zie [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=41&cs-bijbelhoofdstuk-2=1&cs-versnummer-3=9-11&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|Marcus 1:9-11]].)) Ook //Matteüs// en //Lucas// vertellen daarover. In het evangelie van //Marcus// verbiedt Jezus echter iedereen die iets raaks zegt over hem om dit openbaar te maken. In de theologie wordt dat met een Duits woord het “Messiasgeheimnis” genoemd. Pas aan het einde van het evangelie zegt Jezus tegen de hoogste joodse religieuze leider van zijn tijd onomwonden wie hij is. Die is daar zo ontzet over dat hij hem ogenblikkelijk de doodstraf geeft.(([[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=41&cs-bijbelhoofdstuk-2=14&cs-versnummer-3=55-64&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|Marcus 14:55-64]].)) Het “Messiasgeheimnis” past goed bij de plaats waar //Marcus// staat. Dat is namelijk het zuiden, de plek van het onbewuste. In het evangelie van //Marcus// zeggen veel mensen intuïtief dingen over hem die helemaal raak zijn. Als ze echter over hem gaan redeneren, snappen ze niets van hem. Zelfs de apostelen hebben dan geen flauw idee wie Jezus is. Tegenover //Marcus// staat in het noorden het evangelie van //Johannes//. Het noorden is de plek van het bewuste. In //Johannes// spreekt Jezus steeds openlijk uit wie hij werkelijk is. Die uitspraken worden de “ik-ben” teksten genoemd. Jezus’ toehoorders vatten deze uitspraken echter te letterlijk op. Daarmee slaan ze de plank helemaal mis. Toch is de waarheid altijd heel dichtbij. Juist //Johannes// doet de uitspraak over het Woord dat vlees en bloed geworden is. In Jezus is Gods boodschap lijfelijk aanwezig. Elk van de evangeliën laat Jezus van een specifieke kant zien. Die specifieke kant komt ook in de andere evangeliën ter sprake, maar minder nadrukkelijk. {{ kanten_jezus.png?580 }} ====3.5. De rest van het Nieuwe Testament==== Na de evangeliën komt de rest van het Nieuwe Testament. Die rest bestaat uit het boek //Handelingen//, eenentwintig brieven en het boek //Openbaring//: {{ nt_rest.png?630 }} Het boek //Handelingen// is een vervolg op het evangelie van //Lucas//. Dat evangelie eindigt met de opname van Jezus in de wereld van God, een wereld die wij ons hier niet voor kunnen stellen. Vlak voor hij weggaat, drukt hij zijn achterblijvende leerlingen op het hart om in Jeruzalem te wachten op de Geest van God, die hen kracht zal geven om zijn werk voort te zetten.((Zie [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=42&cs-bijbelhoofdstuk-2=24&cs-versnummer-3=49-53&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|Lucas 24:49-53]].)) Op Pinksteren, de vijftigste dag na Pasen, worden de apostelen vervuld met de Heilige Geest,(([[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=44&cs-bijbelhoofdstuk-2=2&cs-versnummer-3=1-4&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|Handelingen 2:1-4]].)) die hen in staat stelt het evangelie van Jezus uit te dragen. Niet voor niets heet het boek //Handelingen// daarom voluit //Handelingen der apostelen//. In het eerste deel van het boek is //Petrus// de belangrijkste apostel en in het tweede deel //Paulus//. Die laatste komt tenslotte als gevangene aan in Rome, de stad van de Romeinse keizer. Ondanks zijn gevangenschap kan hij het evangelie van de joodse koning, de Messias, ongehinderd vertellen.((Zie [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=44&cs-bijbelhoofdstuk-2=28&cs-versnummer-3=14-32&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|Handelingen 28:14-32]].)) Na het boek //Handelingen// volgen eenentwintig brieven. In die brieven zetten apostelen uiteen wat het evangelie voor ons betekent. Die brieven behandel ik in de volgende paragraaf. Het Nieuwe Testament sluit af met het boek //Openbaring//. Dat boek gaat over de verschijning van Jezus in de wereld waarin wij hier en nu leven. //Openbaring// is sterk verwant met een boek als //Daniël//. Het is geschreven door de apostel //Johannes//, dezelfde die ook een evangelie en drie brieven schreef. ====3.6. De brieven==== Tweederde van de Nieuwtestamentische brieven zijn van //Paulus// en de rest van andere apostelen. In al onze vertaalde Bijbels komen //Paulus’// brieven het eerst. Kerkvader [[http://nl.wikipedia.org/wiki/Athanasius_van_Alexandri%C3%AB|Athanasius]] plaatst in punt 4 van zijn [[http://www.apologetica.katholiekelsloo.nl/index.php?title=39ste_Paasbrief_van_St._Athanasius|39e Paasbrief]] echter de brieven van de andere apostelen voorop. Dit is de oudst bekende indeling van de Nieuwtestamentische brieven. Van die volgorde ga ik hier uit. De eerste brief is dan de brief van //Jakobus//. Volgens de christelijke traditie is //Jakobus// een broer van Jezus en de leider van de joods-christelijke gemeenschap in Jeruzalem.((Zie [[http://nl.wikipedia.org/wiki/Jakobus_de_Rechtvaardige|Jakobus de Rechtvaardige]].)) De volgende twee brieven zijn van //Petrus//. De naam //Petrus// is verwant met het Griekse woord //petra//, wat ‘rots’ betekent. Volgens het evangelie van //Matteüs// noemt Jezus //Petrus// de rots waarop hij zijn gemeenschap bouwt.((Zie [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=40&cs-bijbelhoofdstuk-2=16&cs-versnummer-3=13-19&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|Matteüs 16:13-19]].)) //Petrus// wordt dan ook gezien als de leider van de hele christelijke gemeenschap. De volgende drie brieven zijn van //Johannes//, de schrijver van het vierde evangelie. Daarna volgt nog de brief van //Judas//, net als //Jakobus// een broer van Jezus. Deze brief is qua inhoud sterk verwant met de tweede brief van //Petrus//. Daarna komen de brieven van //Paulus//. In tegenstelling tot de andere apostelen heeft //Paulus// zich vooral gericht op de niet-joden. Volgens het boek //Handelingen// heette hij eerst Saulus. Saulus is een vergrieksing van de naam Saul. Saul is de naam van de koning die aan David voorafging en hem uit de weg wilde ruimen. Saulus zelf was een vervolger van de christelijke gemeenschap, tot Jezus, de zoon van David, aan hem verscheen en hem vroeg waarom hij hem vervolgde.(([[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=44&cs-bijbelhoofdstuk-2=9&cs-versnummer-3=1-21&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|Handelingen 9:1-21]].)) Na deze verschijning werd Saulus een enthousiaste verkondiger van Jezus’ evangelie. Met name niet-joden had hij daarbij op het oog. Zo gauw Saulus het evangelie begint te verkondigen, noemt //Lucas// hem //Paulus//. De “p” komt dan in zijn naam. De Hebreeuwse letter “p” is de [[80_pe|pē]]. Het beeld van deze //pē// is de mond. Paulus’ mond wordt geopend. God stelt hem in staat om Zijn boodschap te verspreiden. Kerkvader Athanasius rangschikte Paulus’ brieven als volgt: {{ paulus_brieven.png?620 }} De eerste negen brieven zijn bestemd voor zeven plaatselijke gemeenschappen. De eerste daarvan, de brief aan de //Romeinen//, is het bekendst. Die brief heeft grote invloed gehad op het verloop van de kerkgeschiedenis.((Denk alleen maar aan de bekering van Augustinus en van Luther.)) Volgens Weinreb valt //Paulus// met deze brief het gedachtegoed van Rome aan, met name de overtuiging dat alles aan wetten onderworpen is. Onder invloed van dat denken werd zelfs de //Thorah// als een wet beschouwd. Daar tegenover zet //Paulus// dan het evangelie van Jezus.((Meer hierover vind je in [[dethorah#4. Wet en evangelie|Wet en evangelie]].)) In veel van //Paulus’// brieven is “het lichaam van (Jezus) Christus” een belangrijk thema. Eerder noemde ik Jezus Gods “Evangelie”, Gods “goede boodschap in vlees en bloed”. Van die goede boodschap, van dat vlees en bloed, mogen wij volgens Paulus deel uitmaken. Jezus is Gods “nieuwe mens”, de mens zoals God hem bedoeld heeft. Als wij deel uitmaken van Jezus, zijn ook wij “nieuwe mensen”, mensen zoals God ze bedoeld heeft. De brieven aan de //Efeziërs//, //Filippenzen// en //Kolossenzen// schreef //Paulus// vanuit de gevangenis. Deze zijn net als de andere zes brieven geadresseerd aan een gemeenschap waarin zowel joodse als niet-joodse christenen samenkomen. De tiende brief, de brief aan de //Hebreeën//, is echter voor joodse christenen bedoeld. Hoewel er in deze brief sprake is van een andere schrijfstijl, wordt hij in de christelijke traditie toch aan //Paulus// toegeschreven. In deze brief wordt Jezus beschreven als de hogepriester die het voor mensen mogelijk maakt om naar God terug te keren. Tenslotte volgen nog vier brieven aan personen. De eerste drie schreef //Paulus// aan zijn leerlingen //Timoteüs// en //Titus//. In deze brieven gaf hij hen raad bij het leiden van een christelijke gemeenschap. ====3.7. Acht schrijvers==== Volgens de christelijke traditie is het hele Nieuwe Testament geschreven door acht personen, namelijk //Matteüs//, //Marcus//, //Lucas//, //Johannes//, //Petrus//, //Paulus//, //Judas// en //Jacobus//: {{ nt_schrijvers.png?650 }} //Matteüs//, //Marcus//, //Lucas// en //Johannes// zijn de evangelisten. //Lucas// heeft daarnaast nog het boek //Handelingen// geschreven en //Johannes// drie brieven en het boek //Openbaring//. //Matteüs// en //Johannes// zijn apostelen. //Marcus// is een leerling van de apostel //Petrus//, de schrijver van twee brieven en //Lucas// is een leerling van de apostel //Paulus//, de schrijver van veertien brieven. In het evangelie van //Marcus// kun je dus de invloed van //Petrus// bespeuren en in het evangelie van //Lucas// de invloed van //Paulus//. De brief van //Judas// lijkt sterk op de tweede brief van //Petrus//. Dus //Judas// en //Petrus// staan met elkaar in verband. De brief van //Jakobus// heeft elementen van het evangelie van //Matteüs// in zich. Dus //Jakobus// en //Matteüs// staan ook met elkaar in verband. Wanneer ik die gegevens bij elkaar breng, krijg je het volgende schema: {{ kanten_nt.png?610 }} In het oosten, de kant van Juda, staan //Matteüs// en //Jacobus//. Het evangelie van //Matteüs// en de brief van //Jacobus// zijn beiden gericht op joodse christenen. Bij beiden staan de geboden van de //Thorah// dan ook helemaal centraal. In het evangelie van //Matteüs// waarschuwt Jezus ervoor dat hij niet gekomen is om de //Thora// en de //Profeten// af te schaffen, maar om de //Thorah// tot de kleinste onderdelen te vervullen.((Zie [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=40&cs-bijbelhoofdstuk-2=5&cs-versnummer-3=14-20&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|Matteüs 5:14-20]].)) //Matteüs// ordent Jezus’ woorden in vijf redevoeringen. Vijf is het getal van de vijf boeken waaruit de //Thora// bestaat. Jezus is bij hem dus in de eerste plaats een leraar van de //Thorah//. Ook //Jacobus//, de leider van de joods-christelijke gemeente in Jeruzalem, benadrukt het belang van goede werken. Zonder die werken is het geloof volgens hem dood.((Zie [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=59&cs-bijbelhoofdstuk-2=2&cs-versnummer-3=21-26&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|Jacobus 2:21-26]].)) //Matteüs// en //Jacobus// zijn dan ook door en door joodse boeken. In het oosten, de kant van Jozef, staan //Lucas// en //Paulus//. Het evangelie van //Lucas// laat een Jezus zien, die niet alleen gericht is op zijn leerlingen en zelfs niet alleen op het joodse volk. In het verhaal van de [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=42&cs-bijbelhoofdstuk-2=10&cs-versnummer-3=25-37&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken&search=Zoeken|barmhartige Samaritaan]], voert hij zelfs een vijand van de joden op, om wetgetrouwe joden iets te leren. In //Lucas’// boek //Handelingen// wordt het evangelie ook aan niet-joden verkondigt. //Lucas// besteed veel aandacht aan //Paulus//, de apostel voor de niet-joden. //Paulus// schreef zijn brieven voor een groot deel voor niet-joodse christenen. Om in Jezus te geloven, hoeven ze volgens hem niet te leven als de joden. In één van zijn brieven zegt hij dat God bij mensen die in hem geloven het kwade niet in rekening brengt. Hij lijkt daarbij helemaal in te gaan tegen //Jacobus//.((Zie [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=45&cs-bijbelhoofdstuk-2=4&cs-versnummer-3=&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|Romeinen 4]].)) In het zuiden, de plek van het onbewuste, staan //Marcus//, //Petrus// en //Judas//. In zijn evangelie laat //Marcus// zien dat Jezus uiteindelijk helemaal alleen is. Zelfs //Petrus//, zijn belangrijkste leerling, durft niet voor hem uit te komen. Volgens de christelijke traditie heeft //Marcus// voor zijn evangelie //Petrus’// preken als bron gebruikt. In die preken geeft //Petrus// dus een hard oordeel over zichzelf en de andere leerlingen. Niemand van hen heeft toen Jezus op aarde leefde ook maar iets van zijn boodschap begrepen. Om Jezus’ boodschap te begrijpen kun je niet afgaan op wat je hoort en ziet. Daarvoor moet je geloven in het Woord van God. In één van zijn brieven gebruikt //Petrus// het beeld van een zuigeling die dat Woord als melk opdrinkt.((Zie [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=60&cs-bijbelhoofdstuk-2=2&cs-versnummer-3=1-3&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|1 Petrus 2:1-3]].)) Het gaat hier dus om iets onbewusts. In het noorden, de plek van het bewuste, staat //Johannes//. //Johannes// roept zijn lezers op van elkaar te houden, zoals Jezus dat geleerd heeft.((Zie [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=62&cs-bijbelhoofdstuk-2=4&cs-versnummer-3=7-21&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|1 Johannes 4:7-21]].)) Deze liefde is iets heel concreets. In Jezus is Gods waarheid vlees en bloed geworden.((Zie [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=62&cs-bijbelhoofdstuk-2=1&cs-versnummer-3=1-3&cs-bijbelvers_v1-4=&search=Zoeken|1 Johannes 1:1-3]].)) In het Nieuwe Testament vind je dus heel wat spanningsvelden. Sommige uitspraken lijken elkaar zelfs uit te sluiten. In de kerkgeschiedenis zijn daar vele kerken om gescheurd. Er zijn echter zoveel lijnen tussen de afzonderlijke Nieuwtestamentische boeken gespannen dat je het toch kunt zien als een éénheid. =====4. Verwante documenten===== Het hoofddocument voor dit document met vragen is: * [[omtebeginnen|Om te beginnen]] Andere documenten met vragen zijn: * [[overwatjenietkuntzien|Over wat je niet kunt zien]] * [[overoudewoorden|Over oude woorden]] * [[hoechristenenhetoudetestamentlezen|Hoe christenen het Oude Testament lezen]]