• Exporteer naar PDF

Dit is een oude revisie van het document!


A PCRE internal error occured. This might be caused by a faulty plugin

{{ alef_algemeen.png?405 }} =====1. De éénheid===== De [[hethebreeuws#2.2. Het getal|getalswaarde]] van de letter //alèf// is 1. De //alèf// is dus de letter van de éénheid. In ónze wereld is éénheid onvoorstelbaar. In ónze wereld staat tegenover elk begrip een ander begrip. Groot en klein, hard en zacht, vochtig en droog, warm en koud, mannelijk en vrouwelijk, alles wat wij kennen heeft een tegenpool. Als wij de tegenpool niet kennen, kunnen wij ons bij een begrip niets voorstellen. Het eerste verhaal in de Hebreeuwse Bijbel is het [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=1&cs-bijbelhoofdstuk-2=1&cs-versnummer-3=&cs-bijbelvers_v2-4=&search=Zoeken|scheppingsverhaal]]. Dat verhaal begint met de letter [[2_beth|bēth]]. De getalswaarde van deze letter is 2. De //bēth// staat dus voor de tweeheid. Die tweeheid typeert het hele scheppingsverhaal. In dat verhaal schept God de ene tweeheid na de andere. De hemel en de aarde, het licht en de duisternis, de zee en het droge, enzovoort, enzovoort. De //alèf// gaat aan de //bēth// vooraf. De //alèf// drukt de toestand uit van vóór de schepping, de toestand waarin alleen [[isgoddood|God]] zelf er is. Die toestand gaat ons verstand te boven. Ónze wereld is de wereld van de //bēth//. In die wereld moet je voortdurend kiezen tussen twee dingen. Daardoor mis je een heleboel. In de wereld van de //alèf// blijft alles bij elkaar. Daar hoef je niets te kiezen en dus ook niets te missen. =====2. Spiegeling van twee jōds in een waw===== De letter //alèf// staat dus voor de éénheid. Maar als je de [[hethebreeuws#2.5. De vorm|vorm]] van die //alèf// bekijkt, zie je dat die eigenlijk uit drie letters bestaat. De //alèf// bestaat namelijk uit twee [[10_jod|jōds]] die zich spiegelen in een [[6_waw|waw]]. {{ letters_vorm_alef.png?390 }} De //jōd// is de oervorm waar de vormen van alle Hebreeuwse letters van afgeleid zijn.((Zie [[10_jod#5. De oervorm|De oervorm]].)) De //jōd// is dus helemaal “af” zou je zeggen. Die is al een éénheid in zichzelf. Toch staat daar nog een andere //jōd//, een andere éénheid tegenover. Dan pas kun je spreken van het Bijbelse begrip “éénheid”. Eénheid is in de Bijbel dus iets anders dan wat wij ons daar gewoonlijk bij voorstellen. Het gaat hier niet om een verkapte tweeheid. De //jōds// in de //alèf// zijn geen tegenpolen van elkaar, zoals hemel en aarde en de andere tweeheden in de schepping dat zijn. De //jōds// in de //alèf// lijken op elkaar als twee druppels water. De //jōd// links onderaan is het spiegelbeeld van de //jōd// rechts bovenaan. “Onder” heeft te maken met onze wereld en “boven” met de wereld van God. De //jōd// van onze wereld weerspiegelt hier dus de //jōd// van de wereld van God. De harmonie tussen deze werelden is de hoogste gelukstoestand die mogelijk is. Het is de toestand van //’Edèn//, het Bijbelse paradijs.((Zie [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=1&cs-bijbelhoofdstuk-2=2&cs-versnummer-3=4-15&cs-bijbelvers_v2-4=&search=Zoeken|Genesis 2:4-15]].)) Eén van die paradijsbewoners is de eerste mens, Adam. Volgens de [[weinrebendejoodseoverlevering|Joodse Overlevering]] had Adam een dubbel gezicht. Als God een zijde van hem wegneemt en er een vrouw van maakt, houdt hij één gezicht over, een mannelijk gezicht. Dan pas wordt hij een mens zoals wij die nu zijn, een mens die óf een man óf een vrouw is.((Zie [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=1&cs-bijbelhoofdstuk-2=2&cs-versnummer-3=21-25&cs-bijbelvers_v2-4=&search=Zoeken|Genesis 2:21-25]].)) Dan pas gaat hij in ónze wereld, in de wereld van de //bēth//, de tweeheid, leven. In de wereld van de //alèf//, de éénheid, had Adam nog twee gezichten. Die twee gezichten maakten van hem geen monster, maar een symmetrisch wezen. Het mannelijke en vrouwelijke streden niet in hem, maar waren in harmonie. Van die harmonie, van die symmetrie is nog veel in onze huidige verschijningsvorm overgebleven. Wij hebben dan wel een enkel gezicht, maar dat heeft twee bijna identieke kanten. Bijna, zeg ik, want in ónze wereld zijn we altijd iets kwijt. Daarom zijn we constant op zoek naar de ander, het andere. Als je denkt dat je die ander, dat andere, niet nodig hebt, vergis je je. Zelfs als je alleen bent, heb je nog een schaduw. Alleen de duivel heeft geen schaduw, zegt de Joodse Overlevering. Die is pas écht alleen. De //alèf// is dat niet. Die bestaat uit twee identieke //jōds// die zich spiegelen in een [[6_waw|waw]]. Deze //waw//, deze spiegel, moet je je niet voorstellen als een spiegel waarin je jezélf aankijkt. In de echte spiegel, zegt de Joodse Overlevering, zie je jezelf juist níet. Daarin zie je de ánder. Een ander die als twee druppels water op je lijkt. Dit wordt ook uitgebeeld in het //qodèsj hà-qadasjīm//, de heiligste plek op aarde, de plek waar God woont. Op die plek staan twee engelenfiguren die cherubs worden genoemd. De stam van het woord “cherub” bestaat uit de letters [[20_kaf|kàf]], [[200_resj|rēsj]] en [[2_beth|bēth]]. De getalswaarden van die letters zijn respectievelijk 20, 200 en 2. Dat is samen 222. Cherubs staan dus voor de tweeheid op alle vlakken. Deze fundamentele tweeheden komen samen in het //kàporèth//, het “verzoendeksel”. In dat “deksel” wordt hun tegengesteldheid verzoend, wordt de breuk tussen hen ongedaan gemaakt. De cherubs en het deksel staan voor de mens op het hoogste niveau, de mens zoals God hem bedoeld heeft.((Meer over de cherubs en het deksel vind je in paragraaf [[dewoningvangod# 4.2. Het deksel van de àrōn|4.2]] van mijn document //De woning van God//.)) =====3. De alèf en God===== In hoofdstuk [[1_alef#2. Spiegeling van twee jōds in een waw|2]] schreef ik dat de //alèf// is opgebouwd uit twee [[10_jod|jōds]] en een [[6_waw|waw]]. Als je de getalswaarde van deze letters optelt, krijg je 10 + 10 + 6 = 26. Dat is ook de getalswaarde van //JHWH//, de Bijbelse Naam van God. //JHWH// bestaat uit de letters [[10_jod|jōd]], [[5_he|hē]], [[6_waw|waw]] en [[5_he|hē]]. Als je de getalswaarde van deze letters optelt, krijg je 10 + 5 + 6 + 5 = 26. Letters of woorden met dezelfde getalswaarde zijn met elkaar verbonden. Dat geldt dus ook voor de //alèf// en de naam //JHWH//. {{ naam_letters.png?590 }} Twee letters van de naam //JHWH// vind je in de //alèf// terug, namelijk de //jōd// en de //waw//. De letters die ontbreken zijn de twee //hē’s//. In de //alèf// wordt de plaats van die //hē’s// ingenomen door een tweede //jōd//. De getalswaarde van de tweede //jōd// in de //alèf// is 10 en de getalswaarde van de twee //hē’s// in de naam //JHWH// is 5 + 5 = 10. Allebei 10 dus, maar er is wel een verschil. Wat in de //alèf// één is, is in de naam //JHWH// gesplitst. Wat in de //alèf// nog helemaal “af” was, is in de naam //JHWH// gebroken in twee helften, twee [[5_he|hē’s]]. Het [[hethebreeuws#2.4. Het beeld|beeld]] van de [[5_he|hē]] is het venster. Door een venster kijk je uit naar het andere. Je verlangt naar dat andere, wil je met dat andere verenigen. Dit verlangen, dat wij allemaal kennen, kent //JHWH// ook. In Hem verlangt de ene helft naar de andere helft. //JHWH// is God die afdaalt naar onze wereld, die evenals alles in onze wereld de tweewording ondergaat. God heeft ook nog een andere Naam, namelijk //Èlohīm//. //Èlohīm// betekent gewoon ‘God’. //Èlohīm// begint met een //alèf//, de letter van de éénheid, de letter waar de splitsing nog niet heeft plaatsgevonden. Op de //alèf// volgt een [[30_lamed|lamèd]]. De //lamèd// kan dienen als het voorzetsel //lə//, dat ‘tot, (er) naar toe, in de richting van’ betekent((Zie paragraaf [[degrammaticavanhethebreeuws# 9.4. Bə, kə, lə en min|9.4]] van mijn document //De grammatica van het Hebreeuws//.)) Daarna volgt een [[5_he|hē]]. Die //hē//, schreef ik eerder, is dat wat naar het andere verlangt. //Èlohīm// zou je dus kunnen vertalen als ‘de éénheid die naar je toekomt en naar je verlangt’. En dat gebeurt op ontelbare manieren. Het woord //Èlohīm// eindigt namelijk met de meervoudsuitgang //–im//. Zowel in //JHWH// en als //Èlohīm// staat de //alèf// centraal. Beide Namen van God zou je kunnen zien als ontvouwingen van die //alèf//. =====4. Ik die niets ben===== De letter //alèf// is net als de letters [[8_cheth|chēth]], [[5_he|hē]] en [[70_ajin|’àjin]] een keelletter.((Zie [[hethebreeuws#2.7. De klank|De klank]].)) Als je de //chēth// en de //hē// en de //’àjin// uitspreekt, geeft dat een bepaald geluid. Bij de //alèf// is dat niet het geval. Die kan alleen het geluid aannemen van de daarop volgende [[hethebreeuws#3.1. Tekentjes voor de klinkers|klinker]]. De //alèf// drukt de situatie uit die voorafgaat aan de schepping. Om die letter te vormen, doen er daarom nog geen lichaamsdelen mee. De //alèf// “zwijgt”. Het Hebreeuwse woord voor zwijgen is //doemah//. //Doemah// is verwant met //damah// dat ‘lijken op’ of ‘een kopie zijn van’ betekent. //Doemah// en //damah// hebben dezelfde stam, een stam die bestaat uit de letters [[4_daleth|dalèth]] en [[40_mem|mēm]]. Ook //Adam//, de mens uit het paradijs, heeft die stam. Daar staat echter een //alèf// voor. Die //alèf// kun je ook beschouwen als een grammaticale letter. Dan vertaal je hem als ‘ik’.((Zie [[degrammaticavanhethebreeuws#5.4. Ik|Ik]].)) Het woord //Adam// kun je dan vertalen als ‘ik zwijg’, ‘ik ben stil’ en ook als ‘ik lijk op’, ‘ik ben een kopie van’. Het “ik” waar het hier over gaat, is niet dat wat wij gewoonlijk “ik” noemen. Het “ik” waar het hier over gaat, ligt diep verscholen in onszelf. Het is het plekje waar we in verbinding staan met God, waar we leven in Gods stilte, waar we lijken op God.((Zie [[http://www.naardensebijbel.nl/?search-class=DB_CustomSearch_Widget-db_customsearch_widget&widget_number=preset-default&-0=vers&cs-booknr-1=1&cs-bijbelhoofdstuk-2=1&cs-versnummer-3=26-26&cs-bijbelvers_v2-4=&search=Zoeken|Genesis 1:26]].)) {{ watdemensis.png?480 }} Er is ook een wóórd voor dat diepste ik, het woord //àni//. //Àni// begint met een //alèf// en daarna volgen nog een [[50_noen|noen]] en een [[10_jod|jōd]]. //Àjīn//, het woord voor ‘niets’, bestaat uit dezelfde letters als //àni//. Alleen de //noen// en de //jōd// zijn van plaats gewisseld. Er is dus een verband tussen //àni// en //àjīn//, tussen ons diepste ik en het niets. Het gaat hier dus niet om een ik dat zichzelf centraal stelt, om een egoïstisch ik. Het gaat hier om een ik dat je beter een “niet-ik” kunt noemen. {{ watikben.png?292 }} Dat ik is de plek waarin wij lijken op God en stil zijn bij God. Dat ik is de plek waar wij zijn wie wij ten diepste zijn. Daar leven wij in de wereld van de //alèf//. =====5. Een runderkop===== Het [[hethebreeuws#2.4. Het beeld|beeld]] van de //alèf// is het “hoofd van een rund”. {{ alef_beeld.png?650 }} In het oude Proto-Semitische schrift is de runderkop nog goed herkenbaar. Het Foenicische schrift heeft deze kop vereenvoudigd tot een scherpe hoek die doorsneden wordt door een lijn. De scherpe hoek staat voor de spitse kop van het rund en de uiteinden van die hoek staan voor de horens van het rund. Als je deze tekening een kwartslag draait, krijg je de Griekse letter //alfa// en onze eigen A. De Arabische //alif// ziet er heel anders uit, namelijk als een rechtopstaande streep, die volgens veel islamitische mystieke beschouwingen de rankheid van de gestalte van de Goddelijke Geliefde uitdrukt.((Zie Schimmel, Annemarie (1975) //Mystical dimensions of islam//, p. 417.)) //Alif// is de eerste letter van [[https://nl.wikipedia.org/wiki/Allah|Allah]], het Arabische woord voor God. Ook de //alèf// lijkt niet op een runderkop. In het wóórd //alèf// is die betekenis nog wel verscholen. Dat woord is verwant met het woord //àloef//, dat drie dingen kan betekenen: - ‘Rund’. - ‘Getemd’. - ‘Hoofd, aanvoerder, degene die vooraan gaat’. Het woord //alèf// is ook verwant aan het woord //èlèf// wat naast ‘rund’ ook ‘stam’ of ‘geslacht’ kan betekenen. Tenslotte is het woord //alèf// verwant aan het woord //alàf// wat ‘leren, onderwijzen’ betekent. Het gaat hier dus om een hechte groep mensen of dieren die aangevoerd wordt door een leider. Deze groep is geen losgeslagen bende. Deze groep bestaat uit mensen die beschaving is bijgebracht of uit dieren die getemd zijn. Bij de woorden “beschaafd” of “tam” moet je niet denken aan iets dat slap of zwak is. Het gaat hier juist om iets krachtigs. Laten we ook eens kijken naar het Hebreeuwse woord voor de stier, voor het mannelijke rund, namelijk //pàr//. //Pàr// is verwant met //parah//, wat ‘vruchtbaar’ betekent en met //pərī//, wat ‘vrucht’ betekent. Een stier heeft dus met vruchtbaarheid te maken. Iets wat vruchtbaar is, is in staat veel nakomelingen te verwekken. {{ http://artdiscovery.info/wp-content/uploads/2013/08/IMG_1501.jpg?425 = |Grotschildering van een stierenhoofd (Lascaux, 17.300 jaar geleden) }} Eerder schreef ik dat de letter //alèf// voor de éénheid staat. Dat éne bevat echter alles al. Als de remmen losgaan, zal daar een enorme veelheid aan schepselen uit voortkomen. Die gebeurtenis wordt beschreven in het Bijbelse scheppingsverhaal. De //alèf// staat echter voor de situatie daarvóór, de situatie dat de uitbarsting nog niet plaats heeft gehad. De naam “hoofd van een rund” geeft aan dat de //alèf// wel de potentie tot veelheid heeft, maar toch nog een éénheid blijft. Als je het wóórd //alèf// voluit schrijft, bestaat het uit de letters //alèf//, [[30_lamed|lamèd]] en [[80_pe|pē]]. De getalswaarde van die letters is respectievelijk 1, 30 en 80. Opgeteld is dat 111, het éne op het vlak van de éénheden, de tientallen en de honderdtallen. De éénheden zijn letters die nog pure begrippen zijn, de tientallen zijn letters van de wereld waarin wij leven en de honderdtallen zijn letters van de nieuwe wereld, de wereld die nog moet komen.((Zie [[hethebreeuws#2.3. Eenheden, tientallen en honderdtallen|Eenheden, tientallen en honderdtallen]].)) In de //alèf// strekt het éne zich dus uit tot in de honderdtallen, de letters van de nieuwe wereld. De honderdtallen van het Hebreeuws bestaan maar uit vier letters, namelijk [[100_qof|qōf]], [[200_resj|rēsj]], [[300_sjin|sjīn]] en [[400_thaw|thaw]]. De getalswaarden van die letters zijn respectievelijk 100, 200, 300 en 400. Samen is dat 1000. Het Hebreeuwse woord voor 1000 is //èlèf//. We zijn hier, aan het einde van de reis door het alfabet, weer terug bij de éénheid, bij de //alèf//. De //alèf// is dus niet alleen de situatie waarmee alles begint, maar ook de situatie waarmee alles eindigt. =====6. Literatuur===== * Weinreb, F (1975), //Anthropologie II//, p. 9-11. * Weinreb, F (1976), //De Bijbel als Schepping//, p. 85-87, 91-95, 197-200, 529-531 * Weinreb, F (1985) //De zin van de schrifttekens//, p. 7-13 * Weinreb, F (1992), //Het Hebreeuwse Alfabet//, Les 1, p. 35-40; Les 3, p. 1, 21; Les 11, p. 7-9 * Weinreb, Friedrich, (1981), //Letters van het leven. Het wezen van het Hebreeuwse alfabet//, p. 20-48.